SPECIALISME

Belastingrecht Nederland, Curacao, Bonaire

Belastingrecht is een onderdeel van het bestuursrecht. Het belastingrecht gaat heel vaak uit van eigen begrippen. Daar waar het belastingrecht geen eigen begrippen definieert dient uitgegaan te worden van de definities zoals elders gegeven in het Burgerlijk Wetboek. Vindplaatsen of rechtsbronnen van het belastingrecht zijn:

  1. Belastingwetten;
  2. Jurisprudentie;
  3. Belastingverdragen;
  4. EU-richtlijnen
  5. Beleidsregels en
  6. Gewoonte

Het is goed om te beseffen dat belastingheffing uitsluitend kan geschieden krachtens een wet in formele zin (= legaliteitsbeginsel). Dit is duidelijk aangegeven in de Grondwet en de Staatsregeling.
Naast rechtsbronnen bestaan ook zogenoemde rechtsnormen. Dit zijn algemene beginselen van behoorlijk bestuur (abbb’s) die ook in het belastingrecht zijn geaccepteerd. Met behulp van deze rechtsnormen wordt beoordeeld in hoeverre een bestuursorgaan, in dit geval de fiscus, rechtmatig handelt. Tot de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in het belastingrecht behoren:
1. Vertrouwensbeginsel: het door de fiscus gewekte vertrouwen moet worden gehonoreerd.
2. Gelijkheidsbeginsel: personen die in gelijke omstandigheden verleren dienen op gelijke wijze te worden behandeld.
3. Zorgvuldigheidsbeginsel: de feiten moeten zorgvuldig worden onderzocht alvorens een definitief besluit te vormen.
4. Motiveringsbeginsel: het overheidsorgaan dient uit te leggen waarom zij een bepaald besluit neemt.

Tot slot kan aan de belastingheffing verschillende beginselen ten grondslag liggen. Deze beginselen zijn:
1. Draagkrachtbeginsel: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten
2. Profijtbeginsel: wie extra profiteert van overheidsvoorzieningen moet daar ook maar extra betalen;
3. Beginsel van de minste pijn: belasting betalen doet pijn;
4. Beginsel van de bevoorrechte verkrijging: als de burger een buitenkansje heeft, wil de fiscus daarin meedelen.

Met ingang van 10 oktober 2010 zijn de Nederlandse Antillen opgeheven. Sinds die datum bestaat het Koninkrijk der Nederlanden uit vier afzonderlijke landen, te weten Aruba, Curaçao, Nederland en Sint Maarten, waarbij de landen interne autonomie binnen het Koninkrijk genieten. Deze wijziging heeft de interne constitutionele verhoudingen binnen het Koninkrijk aangepast maar heeft geen wijziging aangebracht in de positie van het Koninkrijk als volkenrechtelijk rechtssubject dat verdragen sluit of heeft gesloten. Deze wijziging van de structuur van het Koninkrijk heeft dan ook geen consequenties voor de door het Koninkrijk gesloten verdragen die voor de Nederlandse Antillen golden; deze zijn blijven gelden voor bijvoorbeeld Curaçao.

Fiscaal stelsel in het Koninkrijk

Het fiscaal stelsel binnen het Koninkrijk der Nederlanden bestaat uit een samenstel van directe en indirecte belastingen. Naast de invoerrechten en accijnzen is de voornaamste indirecte belasting de omzetbelasting, de algemene bestedingsbelasting en de belasting op bedrijfsomzetten.

Nederland

De voornaamste directe belastingen in Nederland zijn de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting. De loonbelasting geldt als voorheffing op de inkomstenbelasting. De inkomstenbelasting kent sinds 2001 drie boxen, lagere tarieven, minder aftrekposten en een vast fictief vermogensrendement van 4%.

De inkomstenbelasting kent een progressief tarief van minimaal 36.25% en maximaal 52% met speciale tarief voor winst uit aanmerkelijk belang van 22% over de eerste €. 250.000 en van 25% over het meerdere boven €. 250.000.

De vennootschapsbelasting kent een vast tarief van 20% tot een belastbaar bedrag van €. 200.000 en 25% over het meerdere boven €. 200.000. Daarnaast kent de vennootschapsbelasting een deelnemingsvrijstelling en subjectieve vrijstellingen, aftrekbeperking van gemengde kosten, innovatiebox, renteaftrekbeperking, giftenaftrek en verliesverrekening.

Er geldt een dividendbelasting van 15%.

De omzetbelasting in Nederland is een belasting op toegevoegde waarde en kent een gedifferentieerd tarief. Het algemeen tarief bedraagt 21% terwijl de verlaagde tarieven zijn 0%, 5.71%, 6%, en 15%.

Curacao

De voornaamste directe belastingen op Curacao zijn de inkomstenbelasting en de winstbelasting. Ook op Curaçao is de loonbelasting een voorheffing op de inkomstenbelasting. De inkomstenbelasting kent een progressief tarief van minimaal 10.75% per 1 januari 2015 en vanaf 1 januari 2016 van 9.75% en maximaal 48.25% per 1 januari 2015 en van 46.50% vanaf 1 januari 2016 met bronheffing op rente inkomsten van 8,5% en een vaste aanmerkelijk belang tarief van 19,5%.

De winstbelasting kent een vast tarief van 25% met ingang van 1 januari 2015 en 22% vanaf het belastingjaar 2016. Daarnaast kent de winstbelasting een deelnemingsvrijstelling en een objectvrijstelling voor winsten behaald middels een buitenlandse vaste inrichting, subjectvrijstelling, aftrekbeperking van gemengde kosten, renteaftrekbeperking, giftenaftrek en verliesverrekening. Het vormen van een fiscale eenheid en een bedrijfsfusie faciliteit zijn opgenomen in de winstbelasting.

Curaçao heft geen bronbelasting op rente, royalty’s en dividenden. Er bestaat wel een Landsverordening op de dividendbelasting 2000 met een dividendbelasting tarief van 10%, maar deze is nog niet in werking getreden.

De omzetbelasting op Curacao is geen belasting op toegevoegde waarde en kent een gedifferentieerd tarief. Het algemeen tarief bedraagt 6% terwijl een verlaagd tarief geldt van 0% en verhoogde tarieven van 7% en 9%.

BES-EILANDEN

Het nieuwe fiscale stelsel voor de BES eilanden wordt vormgegeven door middel van de Belastingwet BES, Douane- en Accijnswet BES, de Invoeringswet BES en Aanpassingswet BES. Uiteindelijk kenmerkt het nieuwe fiscale stelsel zich door drie elementen, te weten:
1) eenvoud;
2) brede grondslagen, lage tarieven, en
3) een verschuiving in de belastingmix van directe belastingen naar indirecte belastingen.

In de BES-Eilanden worden de volgende belasting geheven sinds 10-10-2010:
1) Loonbelasting
2) Inkomstenbelasting
3) vastgoedbelasting;
4) opbrengstbelasting;
5) algemene bestedingsbelasting, en
6) overdrachtsbelasting.

De vastgoedbelasting is een nieuwe heffing en belast het rendement op grond en de daarop
aanwezige onroerende za(a)k(en). Het hiervoor genoemde rendement wordt forfaitair vastgesteld. De
heffingsgrondslag is een vast percentage – 4% – van de waarde in het economische verkeer van de in
eigendom zijnde onroerende zaak. Vervolgens wordt over dit forfaitaire rendement een vast tarief van 20% toegepast.

De opbrengstbelasting is echter ruimer dan de dividendbelasting. Naast dat de uitkering van winst door in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba gevestigde lichamen aan zijn aandeelhouders wordt belast, vallen ook betalingen van onder andere stichtingen (waaronder de zogenoemde Stichtingen Particulier Fonds) onder het bereik van de opbrengstbelasting. De ontvanger van het dividend of de betaling is belastingplichtige en het lichaam is de inhoudingsplichtige. Over de opbrengst wordt in beginsel ongeacht de woonplaats van de aandeelhouder, 5% belasting ingehouden. Ook kent de opbrengstbelasting – net als de Nederlandse dividendbelasting – een inhoudingsvrijstelling voor dividenden die worden uitgekeerd aan op de BES eilanden gevestigde moedermaatschappijen. De opbrengstbelasting is een voorheffing voor op de BES eilanden woonachtige natuurlijke personen. Voor alle andere ontvangers is de opbrengstbelasting niet verrekenbaar.

De algemene bestedingsbelasting valt uiteen in drie delen, te weten:

  1. de heffing over goederen bij invoer;
  2. de heffing over de (binnenlandse) levering van diensten en
  3. de heffing over de leveringen van lokaal geproduceerde goederen.

Het algemene tarief is 6%. Voor personenauto’s gelden bijzondere tariefbepalingen. Voor zogenoemde zeer zuinige personenauto’s is 0% tarief van toepassing terwijl een bijzonder (verhoogd)
tarief geldt van 25% voor de overige, niet als zeer zuinig te kwalificeren personenauto’s.

De overdrachtsbelasting heeft tot gevolg dat een overdracht van een op de BES eilanden gelegen onroerende zaak of een op de BES eilanden geregistreerd schip in beginsel wordt belast tegen een vast percentage. Met dien verstande dat in geval van een opvolgende overdracht binnen 6 maanden de eerder betaalde overdrachtsbelasting in mindering mag worden gebracht. Voor iedere overdracht wordt aangeknoopt bij de waarde in het economische verkeer, die tenminste gelijk is aan de tegenprestatie. Het tarief bedraagt 5%.

De voornaamste directe belastingen op de BES-Eilanden is de inkomstenbelasting. Ook op de BES-Eilanden is de loonbelasting een voorheffing op de inkomstenbelasting. De inkomstenbelasting kent een progressief tarief van 30.4% over een belastbare som tot USD 250.000 en van 35.4% over een belastbare som meer dan USD 250.000 met een speciale vaste tarief van 5% voor winst uit aanmerkelijk belang.

Verhuurinkomsten uit onroerend goed wordt niet in de heffing van inkomstenbelasting betrokken.

Winstbelasting en successiebelasting worden niet meer geheven.